home
informatie
lezingen en workshops

contact

 
   
   
 
 
 
 
sitemap

 

 

schilderijen

 
werkbiografie
 
over mijn werk
 
over waarneming
 

kunst en wetenschap

 

kleurtheorie

 

esthetiek, of, de wetenschap van het schone

intellect, denkvermogen en creativiteit
 
  artikelen over

 kunstgeschiedenis 

 kunst en objectiviteit

lichaamsintelligentie

wetenschap en creativiteit - Tesla

 
 
 
 
 

 

Kentheorie

Alle wetenschap is op kennis en theorie gebaseerd. Kentheorie is het formuleren van opvattingen over de mogelijkheden en grenzen van het denken. Het is de bepaling van wat je kennis überhaupt waard is. Er bestaan er verschillende: o.a. Immanuel Kant schreef er één. Rudolf Steiner schreef er ook één waarop hij zijn antroposofie baseerde. Eerst Kant.

Volgens Immanuel Kant is er een verschil tussen het beeld dat wij hebben van de dingen, en de dingen zelf. Volgens hem kan onze waarneming en ons denken alleen gaan over het beeld van de dingen dat wij via onze zintuigen krijgen, en is de echte werkelijkheid daarachter onkenbaar. Dat wat wij allemaal zeggen en doen geldt dus alleen in de mensenwereld, de eigenlijke werkelijkheid is van God (Kant was een belijdend Christen) en daar moet je gewoon in geloven. Tijdens Kant's leven bestond er een scheiding tussen geloof en wetenschap, en het streven van Kant was, de positie van het geloof veilig te stellen. In deze tijd wordt het nog steeds onmogelijk geacht om de menselijke geest wetenschappelijk te onderzoeken.

Er zijn nog meer kentheoretici, bijv. Karl Popper, waar ik verder niet afzonderlijk op in kan gaan (te weinig specifiek verstand van). Het probleem met kentheorie is, dat iedere vooronderstelling of vooropgesteld streven resulteert in een theorie met een handicap. Waar Kant het geloof wilde veilig stellen, had Popper voor ogen dat totalitaire regimes geen wapen in handen mogen hebben in de vorm van een kentheorie, en dat je dus geen uitspraken kan en mag doen over waar bijv. de geschiedenis heen zal gaan. Een algemene opvatting in de huidige wetenschap is, dat je niet kunt zeggen wat waar of onwaar is. Waarheid bestaat alleen in de vorm van hypothesen, die in de praktijk bewezen worden. Dus als iets werkt, is het waar. Daar is wat voor te zeggen, laat het leven zelf maar bewijzen of iets waar is of niet. Maar, hier wordt de menselijke hand in de dingen ontkend. Als iemand eerst hypothetisch DNA veronderstelt, en vervolgens net zolang doorgaat met het stukmaken, bewerken en aftreksels maken op filtreerpapier van cellen (die inmiddels allang dood zijn) totdat er een soort van staalkaart ontstaat van (vermeende) erfelijke eigenschappen, dan bewijst hij inderdaad wat hij zegt. Maar dat wil niet zeggen dat dit DNA er altijd al was - de staalkaart is in elk geval nieuw en door mensen gemaakt ( "Chromosoom" betekent: gekleurd - chromosomen zijn niet zichtbaar, tenzij je het kleurt). DNA is óók geen bewijs dat de erfelijkheid allesbepalend is, zelfs al lukt het om vanuit de gegevens van de staalkaart terug te werken op een organisme. Als ik beestjes ga zien omdat ik paddo's geslikt heb, wil dat nog niet zeggen dat ik altijd al latent psychotisch was, of dat paddo's bepalend zijn voor mijn psychische constitutie. Snap je? Het is niet verkeerd als een mens ingrijpt in zijn omgeving, daarin iets schept of verandert... Hij moet dan alleen wel verantwoording nemen voor zijn daden, en toegeven dat hij het ZELF gedaan heeft, in plaats van te zeggen: wat ik deed was geheel objectief, want ik had er geen deel aan.

De kentheorie van Rudolf Steiner is eigenlijk gebaseerd op de omschrijving van het menselijke scheppend vermogen. Het heeft de vorm van een proces. De theorie gaat als volgt: Aangezien wij nog gaan bepalen wat onze kennis waard is, moeten we vóórdat we beginnen onze theorie te formuleren alle kennis, alle oordelen die we zo ongefundeerd gemaakt hebben, elimineren. Dus, alles wat je dacht te weten en kennen, moet onklaar gemaakt worden. Dat kunnen we doen door alles wat bestaat het predikaat "direkt gegeven" toe te kennen. Dit proces van het elimineren van vooronderstellingen is essentieel. Als je het niet doet, krijg je een theorie die alleen maar jouw vooronderstelling uitwerkt of bevestigt.

Als je daarmee klaar bent, kun je beginnen. Maar ja, alles is nu alleen maar "direkt gegeven". Daar kun je niet zoveel mee. Maar wil je laten kloppen wat je aan het doen bent, dan moet je je aan je eigen regels houden. Het enige wat we nu eigenlijk kunnen doen is kijken of alles wat bestaat wel echt direkt gegeven is. En dan blijkt gelukkig dat er een stuk wereldinhoud is, dat pas direkt gegeven is nadat je het zelf gecreëerd hebt, namelijk je eigen gedachten. Je eigen gedachten ken je van binnenuit, je kunt volgen hoe je ze maakt en vormgeeft. Een gedachte is eigenlijk net zo goed een waarneming als een visuele indruk, of een geluid. Het enige wat je dan hoeft te doen is de ene waarneming op de andere betrekken, en kijken wat er gebeurt. Het bewijs levert zichzelf, in de vorm van wat er zichzelf toont als je de ene waarneming op de andere betrekt. Als er een inhoudelijk verband is, toont dat zichzelf. Als er geen verband is, toont zich niets.

En dat is eigenlijk alles. Deze kenmethode doet een beroep op de creativiteit en de denkkracht van de denker, niet op zijn intellect. Intellect en denkvermogen zijn volkomen tegengesteld. Intellect is: het automatisch kunnen volgen van bestaande (gegeven) gedachtesystemen. Hoe groter het systeem waarin je met je gedachten kunt rennen, hoe intelligenter je jezelf kunt noemen. Denkvermogen is, het vermogen om jezelf de juiste vragen te stellen (vragen waar geen vooronderstelling in verstopt zit), en alleen tevreden te zijn met het antwoord dat uit de vraag zelf voortkomt. Het is het vermogen om te kijken, en te zien of je jezelf tevreden stelt met een lapmiddel (een of andere verklaring), of dat het antwoord echt voldoet. Hoe meer denkvermogen iemand heeft, hoe dieper hij kan nadenken,

Alle kennis die je op die manier vindt, is kennis die je vanaf dan in je kenproces mag gebruiken - je weet immers hoe hij tot stand is gekomen. Het is wel goed om je gereedschap regelmatig na te kijken - je moet steeds terug naar de eerste vraag en je zult je antwoord ook steeds opnieuw herzien, want het groeit in je verder. Of eigenlijk: je groeit er zelf aan verder.

Hoe meer kennis en ervaring iemand in zijn beschouwingen kan betrekken, hoe beter hij in staat is de werkelijkheid te bevatten, of zich erop af te stemmen. Wij zien nooit de hele werkelijkheid, niet bewust in elk geval (in onze onderbewuste lagen klinkt er wel weer van alles mee), maar om verder te komen in het leven moeten we ons wel op dat geheel af zien te stemmen. Het is goed om dat grondig en voorzichtig te doen, met de juiste begrippen etc - want de werkelijkheid in zijn volle omvang is gekker dan wij ons kunnen voorstellen, en waarschijnlijk ook meer dan we kunnen verdragen.

terug